Het is een wonderlijk simpele uitdrukking: in geloof zijn. En het illustreert hoe volstrekt ontoereikend onze menselijke taal is om de hemelse realiteiten weer te geven.

Als de Heilige Geest het je namelijk niet geeft om het te begrijpen, dan is het onmogelijk om te weten wat het inhoudt. (Zelfs Johannes de Doper wist al: “Een mens kan niets aannemen, als het hem niet uit de hemel gegeven is.” – Johannes 3:27) De woorden waarmee iets op geestelijk gebied gezegd wordt, zijn volgens mij ook de woorden die door de Heilige Geest geleerd zijn, waar Paulus over spreekt in 1 Korinthe 2:13: “Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de Heilige Geest ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken.”

Mogelijk spreekt Paulus hier wel over het feit dat de Griekse taal heel makkelijk, door voor- en achtervoeging van lettergrepen, nieuwe woorden maakte met een enigszins andere betekenis waardoor het makkelijker werd de nuances die nodig waren, weer te geven. Maar dan nog … woorden gaan over betekenis, en hoe vaak hebben we woorden gehoord die door het vele horen ‘versleten’ zijn geraakt. Woorden als ‘Koninkrijk,’ ‘geloven,’ ‘eeuwige verlossing,’ hebben we zo vaak gehoord dat we, als we hun ware betekenis ooit al gekend hebben, er toch zo zat van zijn dat we nauwelijks nog luisteren als iemand ze uitspreekt. Het is als de dichtgeslagen grond van een akker waar het water vanaf spoelt en onbenut wegloopt, omdat de toplaag ondoordringbaar is geworden.

Zonder er erg in te hebben denken wij: ‘Dat weet ik nu wel, vertel me eens wat nieuws!’ Wij verschillen daarin, diep in ons hart, niet zoveel van de Griekse wijsgeren en de bewoners van Athene, die de Areopagus bezochten, enkel om iets nieuws te zeggen of te horen. Zij waren zo blasé van woorden dat de walging daarover hen ertoe gebracht had zich met niets anders meer bezig te houden (Handelingen 17:21).

Ook wij Christenen hebben zoveel prediking gehoord dat wij wanhopig verlangen iets nieuws te horen. Ook wij hebben last van een soort taalinflatie. Maar gelukkig is de waarheid zèlf altijd nieuw en verfrissend.

Maar mijn getuigenis bij ‘in geloof zijn,’ is het volgende: een aantal weken geleden werd ik geconfronteerd met de gevolgen van bijna mijn leven lang op een bepaalde manier denken en vanuit dat denken ook geloven. En als je dan alles overziet, dan lijkt het wel een onoverkomelijke berg van problemen die je uit zou moeten ziften en één voor één oplossen. Dan bekruipt je een gevoel van wanhoop en tekortschieten waar je niet van terug hebt. Dus ik zeg tegen de Heer: ‘Heer, ik moet mij van al die dingen bekeren, ik heb bekering nodig van dat alles, maar hoe … ?’ En in een oogwenk plaatste de Heilige Geest mij letterlijk ‘in geloof.’ En het was opgelost!

Helaas maakte ik daarna de fout weer terug te keren naar mijn kleine verwonde zieltje en dat te koesteren. De zegen ebde weer weg! Maar sindsdien heeft de Heilige Geest mij nog een paar keer geholpen op dit gebied en had ik dezelfde gewaarwording als de eerste keer.

Het is het meest fantastische wat er bestaat: ‘in geloof zijn,’ want God getuigt van moment tot moment in je hart dat je Hem behaagt (Hebreeën 12:6), en dat is het levensdoel van elke Christen, toch?