Nu is het makkelijk om over vergeving te praten, maar wat doe je ermee?

Ik weet dat mijn standpunt over vergeving heel snel aanleiding geeft tot de opmerking: ‘O, dan kan ik dus leven zoals ik wil, als mij toch alles al vergeven is … ?’

Een korte blik in de Bijbel spreekt dat voldoende tegen. Zie o.a. Romeinen 3:8, 6:1, 6:15.

Het is vooral Romeinen 6, vanaf vers 15, dat sinds kort voor mij is opengegaan. Ik citeer en onderstreep de relevante stukken:

15 “Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! 16 Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid ? 17 Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. 18 En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid. … stel zo nu uw leden beschikbaar ten dienste van de gerechtigheid, tot heiliging. … 20 … [ooit] was u vrij ten aanzien van de gerechtigheid. 21 Wat voor vrucht dan had u toen van de dingen waarover u zich nu schaamt? Immers, het einde daarvan is de dood. 22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, … .”

Ik denk dat de Bijbel duidelijk leert dat gerechtigheid alléén niet voldoende is, als je God ten minste welbehaaglijk wilt zijn. Gerechtigheid wordt toegerekend (zie o.a. Romeinen 4:24). Die bezitten wij door geloof. Maar met alleen gerechtigheid kun je niet, met gepaste eerbied voor God, voor Zijn aangezicht komen straks. Je werken zullen, hoewel jij zelf behouden zult zijn, verbranden (1 Korinthe 3:15).

Het bovenstaande Schriftcitaat zegt dat er een vrucht van heiliging is, die het gevolg is van gehoorzaamheid aan Gods wil. Immers: “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 7:21) En: “Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.” (Mattheüs 5:20) Waarom sturen de apostelen in hun brieven zoveel waarschuwingen over zonde en ongerechtigheid en dat men zich daar niet mee moet inlaten?

Maar let wel: Als wij naar de heiliging streven, doen wij dat niet in eigen kracht. Want Hij is onze Kracht en ons Leven en de Garantie dat het zal lukken, als wij getrouw zijn.